Sommige mensen lijken het te kunnen. Gewoon op de bank zitten zonder ergens over na te denken. Een wandeling maken zonder ondertussen drie gesprekken opnieuw af te spelen in hun hoofd. Of rustig in bed liggen zonder alvast de volgende dag door te nemen. Ik behoor helaas niet tot die mensen.
Zolang ik me kan herinneren, heb ik een hoofd dat eigenlijk altijd bezig is. Noem het een overactief brein, een eindeloze gedachtestroom of gewoon een druk hoofd. Gedachten lijken elkaar voortdurend op te volgen. Het ene idee is nog niet voorbij of het volgende dient zich alweer aan.
Eerlijk is eerlijk: daar zitten ook voordelen aan. Ik kan ontzettend enthousiast worden van nieuwe plannen en vind het vaak leuk om ergens diep over na te denken. Problemen analyseren, oplossingen bedenken of creatief brainstormen gaat me meestal vrij makkelijk af. Maar er zijn ook momenten waarop die constante stroom aan gedachten behoorlijk vermoeiend kan zijn.
Soms blijf ik veel te lang nadenken over een beslissing. Soms pieker ik over situaties die misschien nooit zullen gebeuren. Of bedenk ik wat ik had moeten zeggen in dat gesprek van drie weken geleden. En soms voelt het alsof er zoveel tegelijk door mijn hoofd gaat dat ik niet meer weet waar ik moet beginnen.
In de loop der jaren heb ik ontdekt dat ik die onrust niet volledig hoef op te lossen. Misschien kan dat ook helemaal niet. Wel heb ik een aantal dingen gevonden die mij helpen om wat meer rust te ervaren wanneer mijn hoofd overuren draait.
Terug naar het hier en nu
Wat mij misschien nog wel het meest helpt, is mezelf bewust terugbrengen naar het huidige moment. Dat klinkt eenvoudig, maar is vaak lastiger dan het lijkt. Veel van onze gedachten spelen zich namelijk af in het verleden of de toekomst. We denken na over wat we anders hadden kunnen doen. Of we maken ons zorgen over iets dat misschien gaat gebeuren.
Soms betrap ik mezelf erop dat ik al een compleet scenario heb bedacht voor een situatie die waarschijnlijk nooit zal plaatsvinden. Op zulke momenten probeer ik mezelf een paar simpele vragen te stellen.
- Waar ben ik op dit moment?
- Wat doe ik nu?
- Hoe voel ik me eigenlijk?
Natuurlijk verdwijnen die verantwoordelijkheden daardoor niet ineens, maar het helpt wel om onderscheid te maken tussen echte problemen en gedachten die vooral in mijn hoofd bestaan.
Alles hoeft niet onthouden te worden
Een druk hoofd probeert vaak alles tegelijk vast te houden. De boodschappen die je nog moet doen. Dat telefoontje dat je niet mag vergeten. Een idee voor volgende week. Die afspraak over drie maanden. Het lijkt soms alsof je brein bang is dat iets verloren gaat wanneer je het niet blijft herhalen.
Wat voor mij helpt, is dingen letterlijk uit mijn hoofd halen. Niet door ze los te laten, want dat vind ik vaak veel lastiger dan het klinkt. Ik doe het door ze ergens op te schrijven, zodat ik ze los kan laten zonder bang te zijn dat ik het toch vergeet.
Soms gebruik ik gewoon een notitieboekje. Andere keren zet ik alles op mijn telefoon. Zodra een taak, idee of afspraak ergens staat genoteerd, hoef ik die niet meer voortdurend te onthouden.
Niet alles tegelijk
Ik ben iemand die graag veel dingen tegelijk doet. Een mail beantwoorden terwijl ik ondertussen nadenk over het avondeten. Even een berichtje sturen tussendoor. Nog snel iets opzoeken. Het voelt productief, maar meestal werkt het juist averechts.
Wanneer je aandacht voortdurend van de ene taak naar de andere springt, blijft je hoofd actief schakelen. Daardoor ontstaat vaak meer onrust dan nodig is.
Steeds vaker probeer ik daarom één ding tegelijk te doen. En dat lukt natuurlijk niet altijd, maar ik merk wel hoeveel rust het geeft als het me een keer wél lukt! Dus wanneer ik schrijf, dan schrijf ik. Wanneer ik wandel, dan houd ik me bezig met het wandelen. Wanneer ik een powernap houd, dan probeer ik daadwerkelijk te ontspannen. En wanneer ik eet, probeer ik ook daadwerkelijk te proeven en met het eten bezig te zijn. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar in een wereld vol afleiding is het soms verrassend moeilijk.
Rust vinden in stilte
Meditatie is zo’n tip die je overal tegenkomt. Lange tijd dacht ik eerlijk gezegd dat het niets voor mij was. Juist omdat mijn hoofd altijd zo druk is. Toch ontdekte ik later dat meditatie helemaal niet betekent dat je nergens aan mag denken.
Het gaat er veel meer om dat je leert opmerken wat er in je hoofd gebeurt zonder overal direct iets mee te hoeven doen. Gedachten mogen er zijn. Ze hoeven alleen niet allemaal je aandacht te krijgen.
Soms mediteer ik vijf minuten. Soms iets langer. En soms sla ik het over. Maar zelfs die paar minuten bewust stilstaan kunnen helpen om wat meer ruimte te creëren tussen alle gedachten.
Beginnen met mediteren kan best lastig zijn, bijvoorbeeld omdat het toch niet lukt om je aandacht bij de ademhaling te houden of omdat je toch merkt dat je gedachten alle kanten op stromen. Kaarsmeditatie kan een manier zijn om het mediteren wat makkelijker te maken.
Je hoeft niet altijd productief te zijn
Misschien vind ik dit nog wel de lastigste les. We leven in een tijd waarin het soms voelt alsof we altijd iets nuttigs moeten doen. Er is altijd nog een mail te beantwoorden, een kast op te ruimen of een taak af te vinken. Daardoor kan ontspannen bijna voelen als tijd verspillen. Ik heb weleens momenten dat ik écht baal van mezelf, omdat ik toch koos voor een moment in de hangmat in plaats van het ophangen van de was bijvoorbeeld.
Toch heb ik gemerkt dat echte rust geen luxe is. Het is iets wat we nodig hebben. Zo’n momentje in de hangmat zorgt er namelijk ook voor dat ik daarna taken weer makkelijker oppak. Het zorgt ervoor dat het kaarsje niet opbrandt en je sneller oplaadt dan als je wacht tot je écht niet meer kan.
Een avond een boek lezen. Een serie kijken zonder schuldgevoel. Gewoon even zitten met een kop thee. Het lijkt misschien niet productief, maar juist die momenten helpen om op te laden. En uiteindelijk ben je daar vaak meer mee geholpen dan wanneer je voortdurend blijft pushen.


