Bij chelatietherapie worden er schadelijke stoffen uit het lichaam verwijderd. Dat is belangrijk want vrijwel iedereen in de westerse wereld kampt in meer of mindere mate met chronische, chemische vergiftigingen. Zo krijgen wij cadmium en polonium binnen via tabaksrook en bevatten uitlaatgassen lood of platina. Men heeft eens vastgesteld dat de moderne westerling gemiddeld honderd maal meer lood in zijn lichaam heeft dan zijn prehistorische voorganger. Ons lichaam raakt ook vervuild met kwik uit de amalgaamvullingen in ons gebit. Dergelijke gifstoffen bedreigen de gezondheid van onze cellen en ze ontketenen allerlei schadelijke processen.
Bij chelatietherapie worden via een infuus stoffen in de bloedbaan gebracht die ongewenste metalen inkapselen. Vervolgens kunnen de ingekapselde gifstoffen het lichaam met de urine verlaten. Er bestaan verschillende chelatiemiddelen die elk een verschillende werking hebben.
Het oudste middel wordt nog steeds verreweg het meest gebruikt: ethyleen-diamino-tetra-azijnzuur (EDTA). EDTA-chelatie wordt onder meer toegepast bij vergiftigingen met metalen als lood, cadmium, strontium en plutonium.