|
De drie gouden regels van de sportvoeding
Het belang van voeding in de sport kan samengevat worden met deze trainerswijsheid : een goede voeding heeft nog nooit iemand doen winnen, maar een verkeerde voeding kan je onderuit halen !
Het aantal voedingsstoffen dat essentieel is voor een gezonde voeding wordt op een duizendtal geraamd. Sommigen daarvan moeten dagelijks in overvloed opgenomen worden, andere zijn slechts in minieme hoeveelheden vereist.
In dit artikel is het uiteraard niet de bedoeling om een overzicht te geven van alle elementen van een evenwichtige voeding, maar wel om de aandacht te vestigen op de drie basisregels van sportvoeding : de energiebalans, de strijd tegen vrije radicalen en vochtopname. Rekening houden met deze drie pijlers helpt je een stuk op weg naar succes en kan voorspelbare mislukkingen afwenden.
Zich bijtanken
Om prestaties te leveren, moet je over voldoende brandstofreserves beschikken. Zoals een verbrandingsmotor van een auto op benzine werkt, verbruikt een sporterslichaam voornamelijk glycogeen als brandstof. Glycogeen is een lange keten van glucosemoleculen die we in een hoeveelheid van 400 à 500 gram opslaan in de spieren en de lever. Die hoeveelheid volstaat voor een intensieve inspanning gedurende één uur of een matige inspanning gedurende twee uur.
Eenmaal die periode voorbij, riskeert men brandstofpech, in medische taal hypoglycemie genoemd. Sporters moeten er dus voor zorgen dat ze geregeld bijtanken : tennissers zien we een banaan eten of een paar slokjes van een sportdrankje drinken tussen de spelletjes door. Ook wielrenners graaien gretig in de buideltasjes die hen bij de bevoorrading worden aangereikt. De maaltijden vlak voor de inspanning moeten zodanig samengesteld zijn dat voorrang wordt gegeven aan de opname van glycogeen door middel van voedsel dat rijk is aan koolhydraten.
Atleten geven de voorkeur aan een stevig bord pasta, maar linzen of rijst kunnen die functie ook vervullen. Tussen de laatste maaltijd en het begin van de inspanning moet absoluut drie uur gewacht worden om de spijsvertering niet te verstoren.
Hoe groenten en fruit ons beschermen
Door de krachtinspanningen die sporters leveren, stellen ze zich meer dan anderen bloot aan de schadelijke werking van vrije radicalen. Het gaat hier om kleine maar zeer agressieve chemische verbindigen die via de normale weg gevormd worden door zuurstofverbranding en die zich, indien aanwezig in te grote hoeveelheden, tegen de eigen cellen keren.
Om ons tegen deze vorm van celvandalisme te wapenen, moeten we over voldoende zogenaamde « antioxidanten » beschikken. Die halen we eveneens uit onze voeding, voornamelijk uit plantaardige voeding !
Uit alle voedingsonderzoeken blijkt dat groenten en fruit onze beste wapens zijn tegen een aantal aandoeningen die toe te schrijven zijn aan infecties of veroudering. De recente publicatie van de SUVIMAX-studie (Supplement van antioxidatieve vitaminen en mineralen) brengt nogmaals een onweerlegbare bevestiging van die aanbeveling. Dertienduizend personen (mannen en vrouwen) werden gedurende acht jaar gevolgd om aan te tonen dat de toediening van een matige dosis antioxidanten volstaat om bijvoorbeeld het risico op kanker bij mannen met 31% terug te dringen.
bron: www.medinet.be
NAAR BOVEN |