Zoek:
Een psychiatrisch etiket
Verschenen in oktober 2005
Bedachte namen voor bedachte aandoeningen.
Betekend de ‘vergrijzende’ samenleving al big business voor de geneesmiddelen fabrikant, ook aan het andere uiteinde van de leeftijdsschaal is een groeiende handel te constateren. Het aantal kinderen dat de diagnose krijgt van een psychische stoornis, zoals aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD), depressie en bipolaire stoornis, is de afgelopen jaren namelijk zorgwekkend toegenomen. De verkoop van psychotrope middelen als stimulantia, antidepressiva, tranquillizers en middelen tegen angst vaar daar wel bij.
Maar heerst er werkelijk een epidemie van ‘hersenafwijkingen’ onder onze kinderen waardoor ze zich ‘uitdagend’ of ‘abnormaal’ gaan gedragen? Volgens ons niet. Het echte probleem is de om zich heen grijpende praktijk van het opprikken van psychiatrische labels, op basis van onafgebakende diagnostische criteria, bij kinderen die soms amper uit de luiers, zijn zodra ze enig teken vertonen van emotionele verwarring, wangedrag of leerproblemen.
Onbetrouwbare wetenschap
Voor fysieke aandoeningen zoals kanker of suikerziekte bestaan er tests waarmee aan de hand van duidelijke resultaten de diagnose bevestigd kan worden. ‘Psychische’ aandoeningen daarentegen worden nog steeds grotendeels gediagnosticeerd op basis van een subjectieve mening, meestal die van de behandelaar die de observatie doet. De veelgehoorde opvatting dat psychische stoornissen ontstaan door biochemische evenwichtverstoringen in de hersenen, is tot nog toe met nog geen enkel wetenschappelijk bewijs gestaafd. Wie zijn arts vraagt de diagnose van ADHD of manisch-depressiviteit met een biochemische test te bevestigen of te verklaren, zal een lege of verschrikte blik als antwoord kunnen verwachten, want zulke tests zijn er niet.
Toch blijven de psychiatrische stoornissen gediagnosticeerd worden alsof er een fysieke oorzaak is en worden ze ingedeeld volgens gestandaardiseerde criteria. Dergelijke medische modellen voor de ‘mate van abnormaliteit’ zijn echter niet veel meer dan eenvoudige checklists voor gedragseigenaardigheden en afwijkingen. Ze zijn berucht om hun onbetrouwbaarheid. Door de subjectieve interpretatie die de arts van de symptomen moet maken, kunnen twee psychiaters een en dezelfde patiënt gemakkelijk twee totaal verschillende diagnoses toekennen.
Door een baanbrekend onderzoek dat de jonge psycholoog David Rosenhan in het begin van de jaren zeventig deed, is de feilbaarheid van het psychiatrische diagnostische systeem heel duidelijk geworden1. Bij dit onderzoek bezochten acht ‘mentaal gezonde’ mensen, onder wie Rosenhan zelf, verschillende ziekenhuizen met de klacht dat ze stemmen hoorden die telkens woorden zeiden als ‘leeg’, ‘hol’ of ‘pok’. Verder veranderden ze niets aan hun gedrag, persoonlijke voorgeschiedenis of situatie (afgezien van hun naam). Volgens de op dat moment meest recente versie van de Amerikaanse Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-II) hadden zeven van de acht pseudopatiënten schizofrenie en werden ze opgenomen in een instituut voor geestelijke gezondheidszorg. Tijdens hun verblijf aldaar gingen ze zich weer geheel normaal gedragen zonder dat de verpleging opmerkte dat ze weer normaal waren. Sterker nog: het psychiatrische etiket dat ze ten onrechte hadden, bleef plakken na ontslag uit het ziekenhuis, want op één na kregen ze allemaal als nieuwe diagnose ‘schizofrenie in remissie’.
Het onderzoek van Rosenhan bracht onder psychiaters een schok teweeg. Als reactie werd er een bataljon van artsen en onderzoekers ingezet die alles moesten uitbannen wat maar naar ambiguïteit, psychologisch gebazel en subjectiviteit riekte en die vervolgens de diagnostische criteria strakker moesten maken door strenge richtlijnen uit te vaardigen voor de duur en frequentie van de symptomen.
Steeds kleinere mazen
Het boekwerk dat hieruit ontstond, en dat sindsdien is uitgegroeid tot de best verkopende bijbel van de psychiatrie en inmiddels al zijn vijfde grote herziening heeft doorgemaakt, heeft de psychiatrie echter niet meer wetenschappelijke geloofwaardigheid gebracht. Integendeel, het heeft geleid tot nog grotere schade doordat de definities van psychische stoornissen maar blijven uitdijen. Het net wordt steeds groter en de mazen steeds kleiner, zodat het eigenlijk geen wonder is dat er zoveel kinderen diagnoses van psychiatrische aandoeningen krijgen.
Kijk bijvoorbeeld naar de evolutie van de diagnose ADHD. Deze werd in 1968 voor het eerst vermeld in de tweede editie van de DSM onder de naam ‘hyperkinetische stoornis bij kinderen’ met als kenmerken een korte aandachtsboog, hyperactiviteit en rusteloosheid.
Bij de volgende herziening (DSM-III), die twaalf jaar later uitkwam, werd deze stoornis van de kindertijd ‘aandachtstekortstoornis’ (ADD) genoemd. De symptomen werden uitgebreid naar ADD mét hyperactiviteit/impulsiviteit (‘hyperactive ADD’) en ADD zónder hyperactiviteit (‘inattentive ADD’).
Toen in 1994 de DSM-IV uitkwam, had ADD de huidige naam ADHD gekregen en was de stoornis verder uitgebreid tot drie subtypen: ADHD met voornamelijk aandachtsproblemen, ADHD met voornamelijk hyperactiviteit/impulsiviteit en ADHD-gecombineerde vorm.
Tegen de tijd dat de DSM-IV in zijn huidige vorm (DSM-IV-TR) verscheen, was de lijst met symptomen van ADHD zo uitgebreid dat zelfs typisch kindergedrag (niet stil kunnen zitten, een vraag beantwoorden voordat hij volledig gesteld is of een hekel aan huiswerk) gezien kon worden als een symptoom met pathologische oorzaak. De onderstaande lijst is slechts een fractie van de paragraaf over ADHD in de DSM-IV. Minimaal hoeven er slechts zes items in een van de twee categorieën (aandachtsproblemen of hyperactiviteit/impulsiviteit) op uw kind van toepassing te zijn om het de ‘globale’ diagnose ADHD op te prikken.
Aandachtsproblemen
De lijst hierna geeft een lijst van gedragskenmerken die horen bij een kind met aandachtsproblemen.
• Besteedt vaak geen aandacht aan details of maakt slordigheidsfouten op school, werk of bij andere activiteiten.
• Heeft vaak moeite de aandacht bij een opdracht of spel te houden.
• Lijkt vaak niet te luisteren als er direct tegen hem gepraat wordt.
• Volgt instructies vaak niet op en maakt vaak huiswerk, corveetaken of opdrachten op het werk niet af.
• Ontwijkt, heeft een hekel aan of laat zich niet graag in met taken die een aanhoudende geestelijke inspanning vereisen (zoals huiswerk).
• Is vaak gemakkelijk afgeleid door externe stimuli.
• Heeft vaak moeite met het organiseren en plannen van taken en activiteiten.
• Vergeet vaak dingen in de dagelijkse gang van zaken.
Hyperactiviteit/impulsiviteit
De hierna volgende lijst duidt op een kind met hyperactiviteit/impulsiviteit.
• Zit vaak met handen en voeten te bewegen of beweegt in zijn stoel.
• Staat vaak op uit zijn stoel in de klas of in andere situaties waarin hij geacht wordt te blijven zitten.
• Is vaak ‘aan het rauschen’ of gedraagt zich alsof ‘er een motortje in zit’.
• Praat vaak veel en hard.
• Heeft er vaak moeite mee rustig te spelen of met zijn hobby bezig te zijn.
• Flapt er vaak al een antwoord uit voordat een vraag goed en wel gesteld is.
• Onderbreekt of overvalt anderen vaak (valt bijvoorbeeld plotseling een conversatie of spel binnen).
Eigenlijk blijkt dat het specialistenbataljon zijn oorspronkelijke missie niet heeft kunnen vervullen. In plaats van de diagnostische criteria van psychische stoornissen in te perken, zoals ze oorspronkelijk van plan waren, hebben ze in elk geval de definitie van ADHD steeds ruimer gemaakt. Het is dus bepaald niet verrassend dat het aantal kinderen met deze diagnose in Amerika bij elke nieuwe uitgave van het Manual plotseling weer steeg. Van een half miljoen gevallen in 1987 (bij het uitkomen van de DSM-IIIR) steeg het naar meer dan vier miljoen in 1997 (drie jaar na het verschijnen van de DSM-IV), waarna het nog eens naar zes miljoen sprong in 2001 (een jaar na de nieuwste tekstuele herziening DSM-IV-TR).
De meeste aandacht van de media is naar ADHD uitgegaan, maar er is nog een diagnose die een scherpe stijging vertoont onder kinderen: die van de bipolaire stoornis. Dit is een ernstige stemmingsstoornis waaraan 1 tot 1½ procent van de Nederlanders lijdt. Bij deze stoornis maakt de patiënt afwisselend periodes door van depressie en manie (een abnormaal opgewekte stemming (euforie) met verlies van remmingen). De diagnose wordt gewoonlijk gesteld in de adolescentie of jongvolwassenheid en als de stoornis niet behandeld wordt, is de kans op zelfmoord groot.
Tot tien jaar geleden kwam het maar zelden voor dat een kind de diagnose bipolaire stoornis kreeg. Maar in 1999 kwam het omstreden boek The Bipolar Child uit van de New Yorkse psychiater Demitri Papolos. Volgens The Washington Post was een van de meest controversiële onderdelen van het boek een lijst van meer dan 35 symptomen die vaak te zien zijn bij bipolaire kinderen. Daaronder bevinden zich symptomen als dwaasheid, scheidingsangst, nachtelijke angstaanvallen, plotseling erge trek in koolhydraten (craving), niet stil kunnen zitten, extreem bazig zijn, bedplassen, liegen, sociale angst en problemen met opstaan in de ochtend3. Volgens voorstanders van het boek heeft het veel ouders geholpen de gedragssymptomen van hun kind te duiden als symptomen van een erkende psychische stoornis en kunnen ze daardoor hun situatie beter begrijpen. Als het kind eenmaal een goed passend medisch etiket heeft, is er vervolgens hoop op behandeling.
Door: Beheerder
Bericht: Op dit moment is er over deze artikel geen reactie. Waar wacht u dan nog op? Wees de eerste om een reactie te schrijven!
Discussieer mee, stel je vragen hier op het forum!
Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Medisch Dossier en wordt in Nederland uitgegeven sinds januari 1999. Medisch Dossier is de Nederlandse uitgave van het blad What Doctors Don’t Tell You van medisch journaliste Lynne Mc Taggart (schrijfster van onder meer de bestsellers ‘Het Veld’ en ‘Het Intentie Experiment’).
Alle informatie in Medisch Dossier is gebaseerd op toonaangevende medische vaktijdschriften en gebaseerd op gevestigd, wetenschappelijk onderzoek en biedt bijna elke maand onafhankelijke medische informatie.